Artikel ‘Voordelen en vragen bij digitale gezondheidsregie’

De Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO) is bezig aan een snelle opmars. Persoonlijke digitale applicaties en dossiers krijgen steeds meer gebruikers en de mogelijkheden worden talrijker. Ook de reikwijdte wordt groter: het gaat niet meer alleen om communicatie met je huisartsenpraktijk, het gaat om het managen van je eigen gezondheid. En dat over verschillende domeinen heen. Maar dan moeten systemen wel met elkaar kunnen ‘praten’, zeggen zowel onderzoeker, ontwikkelaar en adviseur Sergej van Middendorp als gebruiker Ben de Ruyter.

Zo is het bijvoorbeeld het streven van MedMij – een programma geleid door Patiëntenfederatie Nederland, het ministerie van VWS en Nictiz, uitgevoerd in het kader van het zorgbrede informatiestelsel van het informatieberaad – dat in 2020 iedereen zijn eigen gegevens kan inzien via een PGO. Ben de Ruyter uit Geldrop doet dat al een paar jaar. Hij noemt zichzelf ‘chronisch ziek maar geen patiënt’. Zijn huisartsenpraktijk De Kleine Dommel is onderdeel van zorggroep DOH, die meewerkt aan de ontwikkeling van Mijn Gezondheids- Platform (MGP). Dat online platform is in 2011 door Medicinfo opgezet om de zelfzorg van patiënten te ondersteunen en is onlangs overgenomen door Promedico en Care2U. De Ruyter, die is behandeld voor prostaatkanker en leeft met diabetes type 2 en een hoge bloeddruk, houdt er zijn bloeddrukwaarden, gewicht en buikomtrek bij en hij gebruikt MGP voor communicatie met zorgverleners. “De voordelen zijn geweldig”, zegt De Ruyter. “Je hebt de uitslagen veel sneller. Je maakt makkelijk contact met bijvoorbeeld de praktijkondersteuner. En je hebt alle informatie overzichtelijk bij elkaar.”

Lees het artikel hier verder

 

Bron: De Eerstelijns, juni 2017